Menu Tickets
Terug naar Het Koninkrijk Elfia

Elfia is een gebied dat slechts eens in de zoveel tijd zichtbaar en toegankelijk is voor de meeste mensen. Er ontstaan dan ‘toegangspoorten’, een soort tussen sferen waar wij mensen binnen kunnen treden en in contact kunnen komen met andere bewoners van Elfia. Sinds 2009 gebeurt dit twee keer per jaar. In april openbaart deze ‘wachtkamer’ van Elfia zich op het landgoed Kasteel de Haar in Haarzuilens, Utrecht (NL) en in september gebeurt dit in de Kasteeltuinen Arcen op de grens van Nederland en Duitsland.

Let wel: deze locaties zijn slechts een glimp van het totale rijk van Elfia; een soort schemergebieden waar wij, gewone mensen slechts een indruk kunnen krijgen van het totale gebied van Elfia. Om wat inzicht in het rijk te bieden zullen wij wat van de geschiedenis van het land met jullie delen.

De komst van de Elfen

De Elfenstam van de broers Elfius en Kelfas bevond zich oorspronkelijk op het kleine eiland Atlan dat ver verwijderd lag van het grote eiland dat door de oorspronkelijke Gothit-bewoners Moei werd genoemd. Ondanks de geïsoleerde ligging, ontwikkelde deze elfenstam een verfijnde cultuur waarin zij veel leerde van technieken die andere diersoorten in de natuur tentoonspreidden. Tijdens een enorme vulkaan eruptie verdween het grootste deel van het eiland in zee en kwam er abrupt een einde aan de bloeiende civilisatie van de elfen op Atlan. Slechts enkele tientallen elfen overleefden de vulkaan uitbarsting. Vele weken dobberden zij in kleine bootjes rond op de oceaan totdat zij Moei bereikten. De kuststreek waar zij aankwamen werd bewoond door de kleine en gebogen lopende Oeishouts. Meer dan de helft van de nog overlevende elfen vielen ten prooi aan deze alles-eters. En aangezien er tot ver in het achterland ‘oei’ werd geroepen, moesten de nog levende elfen zeer diep het binnenland intrekken om te ontkomen aan hun belagers. Uiteindelijk bereikten de elf overlevende elfen een onbewoonde heuvel met vruchtbare gronden aan de oevers van een rivier die zij tooiden met de naam de Delf.

Met de kennis die zij op Atlan hadden verworven, konden de elfen in korte tijd grote opbrengsten oogsten van de nieuwe landbouwgronden.  Met de rivierklei bouwden zij stenen boerderijen, een verschijnsel dat tot dan toe onbekend was bij de verderop wonende volkeren van Gobbits en Gothits. De elfen leerden deze nieuwsgierig geworden buurvolkeren de bouwtechnieken en zo ontstond er al snel een levendige uitwisseling van kennis en goederen.

Oorlogen

Tot de komst van de elfenstam van Elfius en Kelfas hadden de gemoedelijke Gobbits en de bleke Gothits in holen in de grond gewoond, mede uit angst voor de agressieve, vliegende Zampieren die op het grote, noordelijk gelegen eiland Vampia leefden. De elfen leerden hun nieuwe buren militaire tactieken om zich te weer te kunnen stellen tegen de snelle Zampirische overvallen. En voor het eerst in hun bestaan konden Gobbits bovengronds een aanval afslaan van de Zampieren waarbij zelfs een Zampier uit de lucht werd geschoten. De kleine vooruitgeschoven verkenningsgroep van Zampieren was verbijsterd. Een tweede aanval verliep zo nodig nog dramatischer voor hen. Daarbij werden ze zelfs zo ver teruggedrongen door de in zelfvertrouwen gegroeide Gobbits dat ze zich terug moesten trekken uit hun tijdelijk kampement. Het ongelooflijke nieuws bereikte de hoofdstad Radinad in Vampia. De bloeddorstige keizerin Radin besloot steeds grotere troepenmachten naar het opstandige gebied te sturen maar telkens werd de aanval neergeslagen; niet in de laatste plaats doordat andere broedervolkeren van Gobbits en Gothits zich ook mengden in de strijd. De eerste grote Vampia oorlog was ontstaan en zou met tussenpauzes ruim 220 mensenjaren en 20 elfenjaren duren.

Andere elfenvolkeren, die verspreid over de duizenden andere kleine en grotere eilanden leefden, raakten in de ban van deze heroïsche oorlog en vele jonge elfen besloten zich te vestigen in de jonge gemeenschap van de elfen, en deels mee te vechten in de oorlog. De Zampieren die eerst 90% van Moei overheersten, moesten grote delen van het eiland opgeven, en uiteindelijk trokken ze zich helemaal terug op hun eigen eiland. Moegestreden ging keizerin Radin na 20 elfenjaren, haar Zampierentanden knarsend, akkoord met een vredesakkoord, de Vrede van Quentex.

Aangezien Radin gezegend was met een bijna eeuwig leven, had ze lange tijd genomen om over haar nederlaag na te denken. Uiteindelijk besloot ze iets te doen wat in principe zeer tegennatuurlijk is voor Zampieren: samenwerken. Ze sloot in het geheim een pact met de hoofdman van de Mongoblins, Zakti Khan. Zij wist dat de Mongoblins meer gebied nodig hadden voor hun snel groeiende bevolking en dat ze wilden expanderen naar andere eilanden maar hun gebrekkige zee kennis en lucht kennis had hen tot dan toe tegengehouden. Radin regelde alle luchttransporten voor de Mongoblins, en in het begin van het mensenjaar 2009 was de tweede Vampia oorlog een feit; een relatief korte maar –tot groot genoegen van de Zampieren– vreselijk bloedige strijd van apocalyptische omvang. Radin kreeg ook assistentie van duizenden Zombies die zich overal op Elfia een weg naar boven groeven. Het meest effectief waren echter de aanvallen van de Nazguls die tienduizenden doden op hun niet functionerende geweten hadden.

Binnen enkele weken waren belangrijke delen van het eiland Elfia overspoeld met het gemengde leger van Mongoblins, Nazguls, Zampieren en Zombies. Veel steden waaronder Zrod werden ingenomen en geplunderd, terwijl Elfia, de gelijknamige hoofdstad met hand en tand werd verdedigd tegen de bloeddorstige tegenstanders. Angst regeerde over Elfia, niets was veilig. Uiteindelijk was de hoofdstad ook ten onder gegaan, ware het niet dat Zakti Khan en Radin ruzie kregen over de vraag, wie de heerschappij zou krijgen over deze cruciale stad. Radin beraamde een moordaanslag op Zakti Khan maar de laatste was haar voor. Met maar liefst twee houten spiesen door haar hart, en één welgemikte houw werd ze onthoofd. Abrupt trokken de Zampieren, de Nazguls en de Zombies zich terug. De Mongoblins besloten eieren voor hun geld te kiezen en een vredesakkoord te sluiten met het nieuwe koningspaar van Elfia, waarbij ze een kleine streek in het noorden van het eiland, Dunekirk, mochten behouden.